Dag 1

14-08-2026

Utrecht- Berlijn

Hotel Kastanienhof

Vandaag is de zoveelste bloedhete en kurkdroge dag deze zomer. Nou ja kurkdroog… het zweet gutst al vroeg weer van mijn hoofd. De natuur schreeuwt om regen. Op veel plekken in Europa zijn grote bosbranden. 

Vandaag hebben we de trein naar Berlijn en vanaf morgen gaan we fietsen. Gewoonlijk hoop ik op een droge vakantie, nu voelt dat te egoïstisch. Voorlopig zijn de voorspellingen eerst nog een paar bloedhete dagen, daarna wat koeler en zowaar wat regen. We gaan het zien, het is niet alsof we er iets aan kunnen veranderen. 

We nemen de sprinter naar Amersfoort want dat stapt zo lekker gelijkvloers in met de beladen fietsen. Daar halen we de tassen van de fiets en met twee zware flightbags en de fietsen stappen we eigenlijk zonder problemen de trein in. Deze keer maar niet gekozen voor de eerste klas zoal we laatste tijd naar Berlijn doen, maar stoelen gereserveerd in de coupé naast de fietscoupé. 

We krijgen van de conducteur te horen dat we rekening moeten houden met waarschijnlijk een uur vertraging, het is weer de gebruikelijke puinhoop op het duitse spoor. Het warme weer helpt daar niet bij. Nou ja, we hebben geen haast. Mijn ebook zit vol met boeken en stroom, dus ik ga maar weer eens lezen. 

Vanavond wel even kijken of we mijn forumslader weer aan de gang krijgen, want anders wordt het wel heel veel afhankelijk zijn van de powerbank. 

De trein lijkt lekker te gaan, de vertraging van een kwartier loopt in, maar helaas maar tot Hannover. De conducteur krijgt gelijk dat het minstens een uur gaat worden. En dat is nog bovenop de aangekondigde extra tijd wegens een alternatieve route. 

De temperatuur in de trein is redelijk okee maar het wordt onderhand wel muf en benauwd. 

Waar ik nog het meest tegenop zie is het weer snel met alle spullen de trein uit zien te komen. De bagage ligt aan de andere kant van de coupé. En de trein is ondertussen flink vol. 

Plan is dat ik de fietsen doe terwijl Jur de bagage doet. En dan maar hopen dat alles en iedereen buiten is voordat de trein weer wegrijdt. 

Vlak voor Berlijn meer en meer vertraging. Jur sleept toch maar vast de tassen naar de fietscoupé waar we vervolgens 2 de minuten tot aankomst zien oplopen ipv aftellen. 

Uiteindelijk stappen we om half 7 (ipv kwart voor vier) eindelijk uit. 

We fietsen naar het hotel waar we al eens eerder met de fiets geweest zijn. Fijn hotel en super handig gesitueerd. 

Dag 2 za 15-08-2026

Berlijn – Eberswalde

80km

H24 hotel

52°50’00.7″N 13°48’36.4″E

Bij het heerlijke ontbijt slaan we wat extra drinken naar binnen, en daarna smeren we dikke lagen SPF50, want vandaag gaat het zeer zomers worden. 

We kunnen de S bahn nemen naar het begin van de route, maar de route die we vorige keer Berlijn in hebben genomen komt er ook langs, en we weten nog dat dat best een leuke route was. Dus we stappen op de fiets en genieten ervan dat Berlijn zo fietsvriendelijk is en binnen no time heb je niet eens het idee dat je in de stad zit. 

Vlak voordat de route ‘echt’ begint vinden we een cafeetje dat helaas nog niet open is, maar waar ik wel mijn overvolle blaas mag legen. 

Het is warm maar zo in de ochtend nog redelijk goed te doen. De vele bomen helpen een handje. Op de hei schrikt een hert van ons, hij rent een stukje weg om op een afstandje ons eens uitgebreid te bestuderen. 

We fietsen over nogal afwisselende ondergronden, o.a. asfalt, asfalt met boomwortels, gravelpaden, keienpaden, zandpaden, graspaden, bospaadjes….

En dan is er een onvindbaar pad. We lopen op verschillende plekken het bos in om te kijken of we er kunnen komen. Ik kom er het dichtst bij, maar het is uitdagend. Dit is een gevalletje wel erg bike packing waar wij toch een traditionelere bagage-opzet hebben. 

We besluiten om maar een stuk alternatieve route uit te zetten. Die laat ons weer het natuurpark uitrijden op de plek waar we er ook ingegaan waren. Beetje om dus, maar ik denk dat we er verstandig aan doen. 

Om precies 12.00 uur komen we bij een dorpje waar een cafeetje zou moeten zijn. Het bevindt zich in de plaatselijke vvv en is nog dicht maar daar komen de oude oostduitse dames die het runnen al aan. 

Ze vertellen voluit over het dorp voor geestelijk gehandicapten waarom ze alles voor inkoopsprijzen verkopen en over hoe alle industrie in dit gebied volkomen verdwenen is sinds de Wende. We genieten ondertussen van een ijsje en een groot glas koude appelsap. 

We vullen onze lege bidons met koud water en gaan weer verder hopend op een plekje waar we ook wat kunnen lunchen. 

Tot die tijd was het warm maar doenbaar, maar daarna wordt het warmer en benauwder. 

De pauzes (waaronder gelukkig een lunchpauze) komen sneller en worden langer. Mijn aandacht verslapt af en toe, ik wordt duizelig en moet echt regelmatig stoppen om bij te komen. Het koude water is binnen no time warm genoeg geworden om er thee van te trekken. 

Maar we gaan nog wat verder, in Eberswalde zien we dat er hotels zijn, en het vieze hete weer nodigt nog niet uit tot een tent opzetten. 

We slaan weer af en er ligt (alweer) een boom over het pad, er is een alternatief paadje ontstaan maar dat gaat steil omhoog. 

Mijn oververhitte brein maakt kortsluiting en ik zet mijn voet aan de grond. Naast het pad. In een stuk bosbodem dat helemaal zacht is. Mijn voet zakt dieper dan verwacht en ik kan mijn zwaar beladen fiets niet meer tegenhouden. Ik val om terwijl mijn voet blijft hangen. Knieën buigen maar 1 kant op en dit is niet de organieke kant. Ik voel mijn knieband een optater krijgen en vloek op hoog volume alles bij elkaar. 

Nee nee nee niet een blessure op dag 1!

Ik vloek nog even verder, ik denk dat ze me in Berlijn kunnen horen. 

Nog even zitten en voelen. Het lijkt gelukkig mee te vallen. Het is gevoelig maar ik kan ‘m bewegen en er op staan. Fietsen gaat helpen om ‘m niet stijf te laten worden, maar dat paadje voor ons durf ik niet aan. 

We navigeren maar weer buiten de route om op een breder gravelpad dat op een gegeven moment helaas overgaat in een soort kasseien. We stuiteren naar Eberswalde waar het hotel wat we op de kaart gezien hadden niet meer blijkt te bestaan. Een aardige meneer verwijst ons gelukkig naar een ander hotel, niet ver weg. Wel raar met een digitale booking, incheck, en sleutels op je telefoon. 

We krijgen geen mens te zien. Vreselijk onpersoonlijk, maar weet je, zolang ik niet verder hoef vind ik het best. 

Helaas geen ventilator of airco op de kamer, dus slapen zal uitdagend worden. Alhoewel, met hoe total loss ik ben?

Dag 3 zo 16-08-2026

Eberswalde – Buckow

66km (grote stukken niet de officiele route, stukken afgesneden)

Romantisches Gasthaus Stobbermühle

52.568859, 14.07297

De kamer blijft lang niet te doen, maar er komt regen aan en langzaam maar zeker begint het buiten af te koelen. Met het raam zo ver mogelijk open wordt het houdbaar en als de regen eenmaal losbarst zelfs aangenaam. 

We wachten de ergste bui even af en hoewel het niet helemaal droog is gaan de regejassen meer aan omdat het zowaar fris is dan dat ze nodig zijn tegen de regen. 

De route wil ons vrijwel meteen een steile trap zonder fietsgeul afsturen, maar een blik op de kaart toont ons dat we maar een klein stukje verder hoeven om normaal naar het fietspad langs de rivier af te dalen. 

Het is een sympathiek pad met prachtig glad asfalt. Dit begint fijn, dit kan mijn knie wel aan. 

Als de af en toe druppels toch echt een serieuze bui drijgen te gaan worden hebben we mazzel en kunnen we bij de gigantische sluizen een café induiken, zolang we maar op tijd weg gaan voor de busladingen toeristen komen, want dan heeft ze alle plekken nodig.

Dat is geen probleem: de plensbui houdt op tijd tijd op. 

We moeten wel even een slalom doen om een grote groep niet oplettende en breeduit lopende bejaarde toeristen, maar dan kunnen we met ondertussen aangenaam weer verder. 

Uiteraard blijft het niet alleen maar  sympathieke asfalt fietspaden en al redelijk snel wordt het asfalt afgewisseld door hobbelend beton en vertragende gras-paden. 

De regen heeft hier en daar de brandnetels zo ver door laten hangen dat we regelmatig geen andere keus hebben dan met onze blote benen er dwars doorheen te raggen. 

Als we weer eens over een spoor door een boerenveld rijden eindigen we bij schrikdraad. We moeten toch echt aan de andere kant zijn. 

Bagage van de fietsen en tillen maar! Jur kan er met zijn lange benen overheen stappen. Ik besluit toch maar te gaan kruipen. 

Als je overweegt om deze route te doen kan ik je aanraden om op dit punt te overwegen een alternatieve route uit te zoeken. 

Het gaat eerst nog even goed, bij het volgende punt waar we schrikdraad tegenkomen blijkt dat we een stukje verder naar rechts een doorgang tussen twee velden met schrikdraad hebben, prima.

Maar dan nog een stuk verder moeten we opeens een stuk naar beneden via een doorgangetje tussen schrikdraad rechts van ons en doornige bessenstruiken links van ons. 

Het is zo steil dat ik bij een gewone wandeling al stukken op mijn billen zou gaan zitten om veilig naar beneden te gaan. 

Nu moet het echter met een kilo of 30-40 aan fiets, bagage, water en bllinde paniek.

Hoogtevrees en een zere knie helpen niet. Met alle kracht die ik ik mijn handen heb knijp ik de remmen in en schuifel met de snelheid van een bejaarde slak mm voor mm naar beneden. 

Ik voel de doornen in mijn benen grijpen, moet soms een van mijn remmen toch loslaten om mijn broek te bevrijden van de doorden. Jur roept me bemoedigend toe terwijl ik vloek, tier en huil dat ik dit niet leuk vind. Het gaat, maar leuk is echt anders. Tot helemaal onderaan natuurlijk het steilste stuk zit. Ik weet niet meer hoe ik verder moet. Mijn fiets dreigt over de kop te gaan als ik op mijn allerbotst rem. Jur helpt zoveel hij kan door mijn achterrek te grijpen maar ook hij zit met een fiets en een bak zwaartekracht. Uiteraard gaat het mis en ik glij naar beneden. Mijn fiets gaat om, gelukkig zorgen de tassen voor een bak wrijving en gaan we niet helemaal naar beneden. Maar daar zit je dan. Met een fiets half over je heen, klem in de struiken, met een extra knal op mijn zere knie. Hoe sta je op, hoe kom je velig beneden en hoe krijg je de fiets beneden en aan de kant zodat Jur ook beneden komt?

Ik weet me onder de fiets vandaan te wurmen en er voorbij te komen. Met moeite krijg de tassen eraf en de laastste meters naar beneden. De lege fiets is iets handelbaarder en ik weet ‘m half te schuiven half te rollen. Uiteraard moeten we ook weer voorbij schrikdraad en terwijl ik mijn fiets eronderdoor wurm komt Jur het laatste stuk naar beneden alsof het een simpel iets is. Nou is hij ook 50% klipgeit, dus dat scheelt. 

Eenmaal onder het schrikdraad door bedenk ik me dat we waarschijnlijk boven al onder het schrikdraad door hadden gemoeten. Dan hadden we nog steeds behoorlijk steil naar beneden gemoeten, maar dan hadden we de breedte van een veld gehad om over betere stukjes (en zonder doornen) te kunnen navigeren. 

Maar mijn portie moed voor vandaag is echt helemaal op. Ik sta strak van de adrenaline en alles doet zeer. Maar we gaan in ieder geval nu weer even naar een beter pad. Nou is het al snel beter dan dat. Maar er blijkt wel weer: ik ben niet in de wieg gelegd voor bikepacker, ik ben toch meer een vakantiefietser. 

Vandaag komen we ook aan in de Markische Schweiz, wat het zwaarste stuk schijnt te zijn van de Brandenurg Odyssee. We besluiten een lus al af te snijden omdat het te zwaar oogt. Ik heb mijn portie drama voor vandaag al wel gehad. 

Als we de route het bos in vervolgen lijkt het een stuk wel okee te zijn, maar het pad wordt steeds steiler op en neer en smaller en oneffener. En het duurt nog vele kilometers voordat er de mogelijkheid is er weer vanaf te gaan. We besluiten toch maar om te keren en een alternatieve route te plannen, ik wil deze vakantie graag overleven. 

De weg die we nemen is drukker dan we zouden willen, maar ik geniet toch maar even van het gemak van het asfalt. 

Tijdens een welverdiende pauze bij een italiaans restaurant besluiten we vandaag verder toch maar zelf een makkelijker route te navigeren. En zelfs die is een fikse klim waarbij ik minder opschiet dan Jur zou willen. 

Gelukkig gaan we voor de afdaling naar een wat rustiger weg met die wel moeten delen met een stel snelheidsmaniakken op motoren. 

Als we de wegen weer even zat zijn kiezen we een kleinere route die ons weer eens door een boerenveld stuurt. Dat blijft toch raar. Als we daar weer een uitgang gevonden hebben mogen we nog weer even stuiteren over keienplaveisel. 

Eindelijk aangekomen in het zwaar toeristische Buckow blijkt dat we maar 66km gedaan hebben. Het voelt meer als het dubbele. 

Hotels genoeg hier, maar de eerste wil minimaal 2 nachten, de tweede heeft geen plek, maar de derde is een gelukkig een schot in de roos. 

Leuk plekje!

Dag 4 ma 17-08-2026

Buckow – Müllrose

84km

Haus Katharinensee

52.237566, 14.428976

Als we de route voor vandaag bekijken zien we al dat het weer begint met een stuk hiking route. Vast heel leuk om te lopen, maar niet zo’n goed plan voor twee ouwe zakken op de fiets. 

Jur ontdekt dat er een lange afstands fietsroute ook hierlangsloopt en een stukje verder onze route weer kruist. Het loopt langs het spoor, ideale oplossing. 

Als we de route weer oppakken is die vandaag een stuk beter te doen voor ons. We besluiten wel nog een paar stukken af te snijden. Maar de eerste lus die we willen overslaan doen we per ongeluk toch. 

Gelukkig is deze heuvel goed te doen met okee paden en een redelijk steigingspercentage. 

Terwijl we naar boven buffelen, begint het te regen maar ook niet heel hard. Nog maar geen jassen aan want we worden zelfs zonder jas natter van het zweet dan van regen. 

Eenmaal boven houdt het echter op met zachtjes regenen. Toch maar jassen en de nieuw gekutselde regenhoezen voor stuurtas en telefoon. Naar beneden gaat het gelukkig over een fijne gravelweg en een stevig bospad. 

Gelukkig wel want onze nemesis van vandaag is zand!

Zandpaden heb je in een aantal gradaties. Soort 1 is stevig, aangestampt zand, wat heerlijk fietst. Soort 2 is halfzacht waar je af en toe wat wegglijdt maar waar je met rustig doorfietsen nog wel doorkomt. Soort drie is los zand waar niet tegenop te fietsen is. Je wielen zakken weg, glijden weg, je staat stil en/of valt om. 

Lastigst is dat soort 1 en 2 van het ene op het andere moment, en vaak onverwacht over kunnen gaan in soort 3. 

Continue op je hoede zijn, oppassen dat je niet valt, het vraagt veel van je concentratie en je spieren. 

En honderden meters van soort 3 achter elkaar vraagt veel van je humeur en je armspieren om je fiets er maar weer door te sleuren. 

Iedere keer is het weer juichen als we weer een stukje asfalt, gravel of andere goeie ondergrond hebben, maar vandaag verzanden we steeds maar weer. 

Als we aan het eind van de dag ook nog een vierde soort ontdekken is het voor mij echt op. 

Soort vier is een variatie op soort 2 of 3 maar dan nat en plakkerig. Het hoopt zich daardoor op tussen je band en spatbord. Net zo lang tot je echt niet meer vooruit komt. 

Zelfs lopen met de fiets wordt een marteling of zelfs onmogelijk en om de paar honderd meter moet je weer met een stokje proberen de boel weer vrij te maken. 

Ik snap ondertussen maar al te goed waarom mountain bikers geen spatborden hebben. 

Ik heb het echt he-le-maal gehad met zand en ben daar ook behoorlijk vocaal over. 

Het plan was om vandaag toch maar eens te gaan kamperen. 

Maar door de regen en de zandvermoeidheid kiezen we toch maar weer voor de luxe van een hotel. 

Dag 5 di 18-08-2026

Müllrose – Schernsdorfe

68km

Schlaubetal Camping Schervenzsee

52.183443, 14.440553

We zitten aan het begin van een lange lus naar de Poolse grens. Als we het stuk routebeschrijving lezen wordt ons ‘snel gravel en verfrissende fietspaden’ beloofd. Dat klinkt echt heerlijk en we besluiten deze lus dan ook niet over te slaan!

Niet alles voldoet 100% aan deze omschrijving maar het is wel een heerlijke dag met inderdaad opvallend veel ‘verfrissende fietspaden’. 

Geen drama’s, geen valpartijen, geen hele lange stukken rul zand. Wel een ontspannen dag met veel fietsen langs een rivier en de Poolse grens, overstekende hertjes, goeie timing van pauzeplekjes, waaronder in DDR modelstad Eisenhüttenstadt, een hoop andere vakantiefietsers en ideaal fietsweer. 

De wolken dreigen af en toe flink, maar meer dan een paar verdwaalde druppels krijgen we niet. Wel af en toe een zonnetje, een verfrissend windje en een aangename temperatuur. 

Heerlijk dagje dus! We stoppen ondanks dat vrij vroeg. Er is een camping en het voelt wel als kampeer-weer. En even wat tijd voor een klein wasje, wat mislukte reparatie-pogingen aan mijn forumslader en mijn spiegeltje en gewoon even lekker ontspannen. 

We realiseren ons dat we aan het eind van de lus zitten die we vanochtend begonnen. We zijn ongeveer 7km opgeschoten. 

Nou ja, aangezien we een rondje in gedachten hebben, schieten we uiteindelijk natuurlijk helemaal niets op. Opschieten is dan ook niet het doel van de vakantie. 

Dag 6 wo 19-08-2026

Schernsdorfe – Peitz

51km

Zum Goldenen Löwen

51.858305, 14.411822

Het ontbreekt wat aan opstartzin, maar de route begint gelukkig leuk. Wel pittig want het is weer eigenlijk een wandelpad. 

Als wandelaar moet je mogelijk ook wel opletten, met alle boomwortels, maar ik ben af en toe bang om het naastliggende riviertje in te stuiteren. Heel veel harder dan wandelsnelheid gaan we dan ook niet. Na een uur zijn we danig door elkaar geschud en nog maar 8km opgeschoten. 

Zodra we iets verder van het water afgaan hebben we wat minder boomwortels en even lijkt het dat we wat meer kunnen doorfietsen. Maar dan klimmen we iets en het smalle  pad heeft soms wel en soms niet wortels, maar groter probleem is dat links van het pad de wereld recht naar beneden gaat. 

Mijn hoogtevrees trekt dit niet. Hier durf ik echt niet te fietsen. Voor sommige mountainbikers en bikepackers zal dit echt een droompad zijn want het is super mooi hier. Maar ik raak in een paniekmodus en durf zelfs sommige stukken die ik gewoonlijk zonder blikken of blozen zou fietsen, niet meer te rijden. Er zit niks anders op dan hele stukken te lopen. 

Als ik eindelijk weer durf te fietsen, moeten we toch al snel weer afstappen, nu voor de eerste en lastigste van meerdere bomen over de weg. 

Deze keer niet alleen een stam, waar je -desnoods met z’n tweeën – de fietsen overheen kunt tillen of onderdoor kunt schuiven. 

Nee het is nu juist meer de kruin. Een wirwar van takken en bladeren waar we niet over, onder of doorheen kunnen. 

We moeten of links of rechts van het pad af om er omheen te kunnen. 

Jur gaat eerst, de kortse route is linksom, maar het is modderig, heel modderig, en hij zakt tot zijn knieën in de modder. Hij redt het maar het is duidelijk dat dit toch niet de beste optie gaat zijn. 

Ik was al een stukje afgedaald, maar weet met moeite mijn fiets weer terug te heisen. 

Dan toch maar rechtsom, over kleinere stammetjes en door andere begroeiing lukt het om op een punt te komen waar we met z’n tweeën de fiets naar het pad te krijgen. 

Als we na een dikke twee uur eindelijk weer bij een waldweg zijn, ben ik bekaf en hebben we nog maar 16km afgelegd. 

Een stukje verder gaat de wandelroute weer verder, maar we besluiten maar weer eens een stukje af te snijden naar het eerste dorp wat we op de route zien. We hobbelen over het plaveisel naar wat een gehucht blijkt, zonder pauzeplekje. Het enige wat het ons te bieden heeft is een paar honderd meter welkom glad asfalt. 

Wat nu volgt zijn diverse waldwegen van uiteenlopende kwaliteit. We juichen bij gravel of stevige bosgrond, hobbelen zonder te veel klagen over de plaveisels en pothole-asfalt en proberen ons met wisseld resultaat rechtop te houden op de zoveelste zandweg. 

We lunchen bij een picknicktafel op de hei met wat koekjes, snijden nog maar weer een stukje zandbak af en komen vroeg in de middag aan bij een camping. Maar het regent, Jur heeft modderschoenen en we willen een hotel. 

Bij de camping is ook iets waar we wat kunnen eten, weinig keuze en geen plek om binnen te zitten. Maar het eten valt goed en er wordt een parasol opgezet zodat we in ieder geval droog zitten. 

We zoeken op de kaart naar een hotel op de route, maar de eerste is pas over 40km en ik weet niet of ik dat redt. 

Wild kamperen is al helemaal niet aanlokkelijk met dit weer. Daarnaast schijnen hier wolven en misschien ook beren te zijn, om het nog maar niet te hebben over restanten explosieven. Dus een driedubbele nee voor wildkamperen. 

Dus willen we geen afstand doen waarvan we niet weten of het haalbaar is. Dan maar van de route af. Over glad asfalt rijden we 10km naar een plek met verschillende hotels. De eerste heeft meteen plek voor ons. 

Tijd om te genieten van helemaal niets hoeven. 

Dag 7 do 20-08-2026

Peitz – Lübben

107km

Spreewald-Camping Lübben

51.937258, 13.895086

De dag begint druilerig, we rijden zo’n 12 km grote weg om de route weer op te pakken. 

Die route bestaat grotendeels in de vorm van een grote lus die we over zouden kunnen slaan, maar de beschrijving klinkt erg goed, en we liggen mooi op schema, dus waarom zouden we?

We fietsen tussen ‘de grootste woestijn van Duitsland’ (5km2) en heide door. 

We zien niets van de woestijn, maar vermoeden dat het een soort Soesterduinen/Kootwijkerzand is. 

Er is een uitkijkplek, een gebouwtje op een kunstmatige heuvel, maar je ziet door de bomen de woestijn niet! Het is een historische plek, iets met Breshnev, Honneker en het Warshaw pact geloof ik. Ehemaliger Generalshügel, ik moet het nog masr eens nazoeken. 

Het weet wordt al snel beter, en we vergeten ons bijna in te smeren. Maar we hebben eerst nog een stuk bos als door een gebied fietsen dat doet denken aan de Utrechtse heuvelrug. Het is dan ook de eindmoren ontstaan in de ijstijd. 

We hebben nog meer stukken die doen denken aan Nederland, met fietsen over dijkjes en allerlei plassen. 

Het is een leuke route, en we komen vandaag erg veel andere fietsers tegen, bepakte vakantiefietsers en dagjesmensen op ebikes.  

Na een pauze vinden we weer eens een boom op de weg, maar deze keer kunnen er redelijk makkelijk langs, wel lekker rustig daarna, want bijna alke andere fiets besluiten aan de andere kant van het water te gaan fietsen. 

Bij een bruggetje met een steile trap waar ik niet heel vrolijk van wordt, hangt een papier met doodlopend wegens een brug verderop kapot, Jur wil het toch proberen maar ik gooi mijn kont tegen de krib. Geen zin in gedoe. 

Vandaag echt ideaal weer, en een leuk stuk route, er zijn wel wat uitdagingen maar alles te doen. 

Als we vrij op tijd bij een camping zijn, weten we: nu komen et een tijd geen hotels/campings. Maar met dit mooi weer, en nog tijd, besluiten we: lange dag is okee. 

Meteen daarna krijgen we gelijk een pittige klim, maar dat geeft dan ook een heerlijke afdaling. 

Even lijken we een oneindige zandbak in te gaan als er blijkbaar aan een waldweg gewerkt wordt, maar een andere fietser weet ons te vertellen dat het al snel beter wordt. 

Zeer afwisselend stuk volgt nog, met een stuk minder toeristische route, en zeer variërende paadjes, niet allemaal even makkelijk maar nooit onmogelijk. 

Rond 18.00 komen we in Lübben waar vanalles is qua overnachten. 

We willen na deze lange dag eigenlijk een hotel maar die zitten allemaal vol. 

De camping heeft wel plek dus we kunnen stoppen. 

Helaas met wel een grote groep tieners, hopelijk gaat het irritante klapspelletje wat ze doen niet te lang door. 

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *